stof

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stof
Woordherkomst en -opbouw
  • [A]: Via het Middelnederlandse stoffe afgeleid van het Oudfranse estophe, wat weer een leenwoord uit het Frankisch is (stopfon)
  • [B]: Afgeleid van de stam van stuiven
enkelvoud meervoud
naamwoord stof stoffen
verkleinwoord stofje stofjes

Zelfstandig naamwoord

[A] stof m/v

  1. materiaal, chemische verbinding
  2. weefsel, textiel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

enkelvoud meervoud
naamwoord stof
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[B] stof o

  1. heel kleine deeltjes
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
stoffen

stof

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoffen
    Ik stof.
  2. gebiedende wijs van stoffen
    Stof!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoffen
    Stof je?


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord stof stowwe

Zelfstandig naamwoord

stof

  1. stof