stof

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stof
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘fijne deeltjes’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [A]: Via het Middelnederlandse stoffe afgeleid van het Oudfranse estophe, wat weer een leenwoord uit het Frankisch is (stopfon)
  • [B]: Afgeleid van de stam van stuiven
enkelvoud meervoud
naamwoord stof stoffen
verkleinwoord stofje stofjes

Zelfstandig naamwoord

[A] stof m/v

  1. materiaal, chemische verbinding
  2. weefsel, textiel
     Terwijl ik goedkeurend met mijn vinger langs de vergulde lambrisering streek, de dikte voelde van de stof van de zware, oker overgordijnen en de stoel wegschoof om de openslaande deuren te openen naar het terras, dat uitzicht bood op de rozentuin, of wat daarvan over was, en de vijver met de defecte fontein, bedacht ik dat ik nog tijd genoeg zou hebben om deze kamer en detail te beschrijven.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
veel indruk maken op mensen
Vertalingen

Meer informatie

enkelvoud meervoud
naamwoord stof
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[B] stof o

  1. heel kleine deeltjes
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
stoffen

stof

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoffen
    • Ik stof. 
  2. gebiedende wijs van stoffen
    • Stof! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoffen
    • Stof je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord stof stowwe

Zelfstandig naamwoord

stof

  1. stof