lakenhalle

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ken·hal·le
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lakenhalle lakenhallen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lakenhalle v/m

  1. historische markthal waar laken gekeurd werd
Synoniemen

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be