badlaken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bad·la·ken
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord badlaken badlakens
verkleinwoord badlakentje badlakentjes

Zelfstandig naamwoord

badlaken o

  1. een erg grote handdoek
    • Een badlaken wordt vaak gebruikt om op te liggen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be