lakenvelder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ken·vel·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lakenvelder lakenvelders
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lakenvelder m [2]

  1. lakenveldse koe van een runderras dat vooral herkenbaar is aan de witte band tussen de voor- en achterpoten om de borst en rug van een verder zwart of rood dier, de z.g. lakenvelder tekening
  2. een in Nederland en Westfalen gefokte kip met witte romp en zwarte kop, hals en staart

Bijvoeglijk naamwoord

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord
lakenvelder

stellend
onverbogen lakenvelder
verbogen
  1. van een lakenvelds ras
Hyponiemen


Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen