lakenzak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ken·zak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lakenzak lakenzakken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lakenzak m

  1. een tot een zak met open hoofdeinde, genaaid laken waar men kan slapen; binnenzak van een slaapzak
    • Het lichaam werd in augustus in een lakenzak gewikkeld in de gracht gevonden. [1] 
    • Veel vrienden kijken ons vaak maar meewarig aan. Tijdens de zomervakantie gaan wij niet bakken aan het strand, niet liggen op een bedje aan de rand van het zwembad, maar wij zijn actief in de bergen! Met wat kleding, tandenborstel en lakenzak in de rugzak maakten we deze keer een huttentocht, de Peter Habeler Route in de Oostenrijkse Zillertaler Alpen. [2] 
    • Een zonnebril in een frisse kleur, een hangmat om lekker lui in te bungelen of een glazen pot met genoeg fruitig frisse limo voor een paar uur. Je hoeft ´m niet eens op te tillen - daarvoor is het toch te warm. Voor wie het allemaal toch teveel wordt is er een ventilator en met de lichtketting kun je buiten blijven tot het wat afkoelt. Om je vervolgens op tekrullen in een koele lakenzak van Egyptisch katoen. [3] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 01-07-2014 [https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/celstraf-voor-dumpen-lichaam-in-gracht-1.401198 Celstraf voor dumpen lichaam in gracht]
  2. De Telegraaf CAROLINE VLIETSTRA 19 mei 2015 Huttentocht voor bergprofessor
  3. De Telegraaf 01 jul. 2015 Coole zomer-shoptips
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be