miserabel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·se·ra·bel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ellendig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1514 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen miserabel miserabeler miserabelst
verbogen miserabele miserabelere miserabelste
partitief miserabels miserabelers -

Bijvoeglijk naamwoord

miserabel

  1. wat medelijden opwekt
    • De miserabele omstandigheden waarin hij verkeerd had baarden enig opzien. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen