boost
Uiterlijk
- boost
[A] boost
- onverbogen vorm van de overtreffende trap van boos
- ▸ Pas na lange tijd waren ze het met elkaar eens en zeiden ze: “Jullie zijn allebei heel boos. Maar de tor is het boost.”[2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | boost | boosts |
| verkleinwoord | - | - |
[B] de boost m
- extra stimulans, steun in de rug
- De economie kreeg een boost.
- ▸ Sinds het goud van Epke Zonderland zien gymnastiekverenigingen hun ledenaantallen stijgen. (…) De bond kan de boost goed gebruiken: het aantal leden daalde van 295.000 (in 2002) tot 246.000 vorig jaar.[3]
- een boost geven
| vervoeging van |
|---|
| boost |
[B] boost
- Het woord boost staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "boost" herkend door:
| 88 % | van de Nederlanders; |
| 89 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ boost op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron Toon Tellegen“Het boost” (23 augustus 1996) op nrc.nl
- ↑
Weblink bron Steven Verseput“Dit zijn de nieuwe Epke's” (20 november 2012) op nrc.nl
- ↑
Weblink bron Gearchiveerde versie Kari Van Hoorick“Spijsvertering, winterkwaaltjes, constipatie: de slagkracht van planten” (17 noember 2022) op plusmagazine.be - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Geluid: boost (AU) (hulp, bestand)
- IPA: /buːst/ (VK)
- boost
- Mogelijk van Middelengels boosten/bosten, "bedreigen". Verdere herkomst onbekend; mogelijk een doublet van boast.
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| boost | boosts |
boost
- stimulatie
- boost zn , oppepper, steun in de rug
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to boost |
| he/she/it | boosts |
| verleden tijd | boosted |
| voltooid deelwoord |
boosted |
| onvoltooid deelwoord |
boosting |
| gebiedende wijs | boost |
boost
- In onderzoek van 2014-2018 door het Centrum voor Leesonderzoek werd "boost" herkend door:
| 100 % | van de Amerikanen; |
| 99 % | van de Britten.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 18 februari 2020 “Measures of word prevalence for 61,800 English words” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 88 %
- Prevalentie Vlaanderen 89 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 5
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Prevalentie Verenigde Staten 99 %
- Prevalentie Verenigd Koninkrijk 100 %