Naar inhoud springen

boost

Uit WikiWoordenboek
  • boost

[A] boost

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van boos
     Pas na lange tijd waren ze het met elkaar eens en zeiden ze: “Jullie zijn allebei heel boos. Maar de tor is het boost.”[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord boost boosts
verkleinwoord - -

[B]deboostm

  1. extra stimulans, steun in de rug
    • De economie kreeg een boost. 
     Sinds het goud van Epke Zonderland zien gymnastiekverenigingen hun ledenaantallen stijgen. (…) De bond kan de boost goed gebruiken: het aantal leden daalde van 295.000 (in 2002) tot 246.000 vorig jaar.[3]
  • een boost geven
vervoeging van
boost

[B] boost

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van boost
  2. gebiedende wijs van boost
     De indianen gebruikten de plant zelfs om ernstige wonden mee te genezen. Hij boost de witte bloedcellen en is ook efficiënt voor de spijsvertering.[4]
88 %van de Nederlanders;
89 %van de Vlamingen.[5]
  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
  1. boost op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 17 april 2025 Weblink bron
    Toon Tellegen
    “Het boost” (23 augustus 1996) op nrc.nl op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 17 april 2025 Weblink bron
    Steven Verseput
    “Dit zijn de nieuwe Epke's” (20 november 2012) op nrc.nl op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 17 april 2025 Weblink bron Gearchiveerde versie
    Kari Van Hoorick
    “Spijsvertering, winterkwaaltjes, constipatie: de slagkracht van planten” (17 noember 2022) op plusmagazine.be
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • boost
  • Mogelijk van Middelengels boosten/bosten, "bedreigen". Verdere herkomst onbekend; mogelijk een doublet van boast.
enkelvoud meervoud
boost boosts

boost

  1. stimulatie
  2.  boost zn , oppepper, steun in de rug
vervoeging
onbepaalde wijs to  boost 
he/she/it  boosts 
verleden tijd  boosted 
voltooid
deelwoord
 boosted 
onvoltooid
deelwoord
 boosting 
gebiedende wijs  boost 

boost

  1. overgankelijk boosten, bevorderen [1], stimuleren
100 %van de Amerikanen;
99 %van de Britten.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 30 september 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 18 februari 2020 “Measures of word prevalence for 61,800 English words” op ugent.be