ta

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met:

Inhoud

Frans

Bezittelijk voornaamwoord

nominatief genitief datief accusatief benadrukt
tu ton / ta /
tes
toi te toi

ta

  1. jouw, je (indien het voorwerp dat aan jou toebehoort het vrouwelijke geslacht heeft in het Frans)


Kiribatisch

Lidwoord

ta

  1. de, het (bepaald lidwoord, wordt gebruikt voor onzijdige zelfstandige naamwoorden en voor alle verkleinwoorden in het enkelvoud.)
  2. een (onbepaald lidwoord)


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord taka.
Naar frequentie 62
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ta
tar
tok
tatt
Klasse 6 sterk

Werkwoord

ta

  1. (overgankelijk) nemen, halen
    «Ta panna av plata og tilset sukkeret.»
    Haal de pan van de plaat en voeg de suiker toe.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • ta beina på nakken / ta bena på nakken
de benen nemen
  • ta bladet fra munnen
de mond opendoen en spreken
«Han tok for første gang bladet fra munnen etter beskyldningene den siste tiden.»
Hij heeft het eerst de mond naar de aantijgingen de laatste tijd opengedaan en sprak.
  • ta kaka
(spreektaal) zich de sieg halen, vinnen / de papegaai geschoten hebben

Frase

Frase

ta over

  1. (overgankelijk) overnemen
    «Demonstranter tok over stridsvogner i Bangkok.»
    De demonstranten namen de tanks over in Bangkok.
Synoniemen

Frase

ta seg inn

  1. (wederkerend) komen
    «En kar var så beruset at han ikke klarte å ta seg inn i sitt eget hjem.»
    Een man was zo dronken dat hij het niet klaarspeelde om zijn eigen huis in te komen.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • ikke klare å ta seg inn
niet in staat zijn te komen

Frase

ta vekk

  1. (overgankelijk) afzetten, verwijderen
    «Vet dere om noen som kastrerer hannhunder uten å ta vekk testikklene?»
    Kent u iemand die honden castreert zonder de testikels af te zetten?
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord taka.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ta
tek
(bijvorm) teker
(bijvorm) tar
tok
teke
teki
(bijvorm) tatt
Klasse 6 sterk

Werkwoord

ta

  1. (overgankelijk) nemen, halen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • '(spreektaal) ta kaka
zich de sieg halen, vinnen / de papegaai geschoten hebben

Frase

Frase

ta over

  1. (overgankelijk) overnemen
Afgeleide begrippen

Frase

ta seg inn

  1. (wederkerend) komen
Schrijfwijzen
  • (bijvorm) taka seg inn
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • ikke klare å ta seg inn
niet in staat zijn te komen

Werkwoord

ta

  1. gebiedende wijs van ta


Vietnamees

Voornaamwoord

ta

  1. ik (formeel persoonlijk voornaamwoord in de eerste persoon enkelvoud, gebruikt als meerdere tegen ondergeschikte(n))
  2. wij
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ta
tog
tagit
volledig

Werkwoord

ta

  1. nemen
Afgeleide begrippen


Wogeo

Telwoord (woc)
1
2
3
4
5
6
7
8

Hoofdtelwoord

ta

  1. één
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen