ton
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ton
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ton | tonnen |
| verkleinwoord | tonnetje | tonnetjes |
Zelfstandig naamwoord
- een vat in de vorm van een cilinder.
- Wij hebben een ton in de tuin staan.
- een bedrag van 100.000 gulden.
- Tjeetje, dat huis kost tonnen!
- een gewichteenheid van 1000 kilo.
- Die container weegt twee ton.
- (scheepvaart) een tonvormige boei.
- Gooi de tonnen even in het water.