mes

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een broodmes

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mes
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mes messen
verkleinwoord mesje mesjes

Zelfstandig naamwoord

mes o

  1. een dun lang werktuig met een scherpgeslepen kant waamee gesneden kan worden
    Hij nam een mes en sneed het brood ermee.
Overerving en ontlening
Vertalingen

Meer informatie


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /mɐ(ː)s/ (Etsbergs)

Persoonlijk voornaamwoord

mes

  1. onbeklemtoond genitief van ich.


Litouws

Uitspraak
  • IPA: /mæːs/

Persoonlijk voornaamwoord

mes

  1. wij


Spaans

enkelvoud meervoud
mes meses

Zelfstandig naamwoord

mes m

  1. maand
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen