mes
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- mes
Woordherkomst en -opbouw
- >Germaans *mati + *sahs: voedsel-zaag, waarvan het laatste element weer afgesleten is, vgl. Duits: Messer; het eerste element is nog bewaard in metworst
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mes | messen |
| verkleinwoord | mesje | mesjes |
Zelfstandig naamwoord
mes o
- (gereedschap) (huishouden) een dun lang werktuig met een scherpgeslepen kant waamee gesneden kan worden
- Hij nam een mes en sneed het brood ermee.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Overerving en ontlening
Vertalingen
1. snijwerktuig
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Limburgs
Uitspraak
- IPA: /mɐ(ː)s/ (Etsbergs)
Persoonlijk voornaamwoord
mes
- onbeklemtoond genitief van ich.
Litouws
Uitspraak
- IPA: /mæːs/
Persoonlijk voornaamwoord
mes
Spaans
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| mes | meses |
Zelfstandig naamwoord
mes m
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Gereedschap in het Nederlands
- Huishouden in het Nederlands
- Woorden in het Limburgs
- Persoonlijk voornaamwoord in het Limburgs
- Woorden in het Litouws
- Persoonlijk voornaamwoord in het Litouws
- Woorden in het Spaans
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans