ja
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Bijwoord
ja
- duidt bevestiging, instemming, toestemming, inwilliging of toegeving aan
- Heeft hij dat echt gezegd? Ja.
- Mag ik nog een stukje taart? Ja.
- Vind jij dat ook? Ja.
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- [1]: ja en amen op alles zeggen
met alles akkoord gaan
- [1]: geen ja en geen nee zeggen
weigeren noch toezeggen
- [1]: ja kun je krijgen, nee heb je al
wordt gebruikt als bemoediging voor iemand die ertegen opziet om iets te vragen
- [1]: ja en neen is een lange strijd
wordt gebruikt wanneer er twee het oneens zijn en niemand wil toegeven
- [1]: iemand geloven bij ja en neen
iemand op zijn erewoord geloven
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. duidt bevestiging of instemming aan
Tussenwerpsel
ja
- kreet van opwinding
- Ja! We hebben gewonnen!
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
ja o
- bevestigend of instemmend antwoord
- Hij antwoordde met een volmondig ja.
Vertalingen
Afrikaans
Bijwoord
ja
Bosnisch
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nom. / voc. | jâ | mî |
| accusatief | mȅne, me | nâs, nas |
| genitief | mȅne, me | nâs, nas |
| datief | mȅni, mi | nȁma, nam |
| locatief | mȅni | nȁma |
| instrumentalis | mnôm, mnóme | nȁma |
Uitspraak
Woordafbreking
- ja
Persoonlijk voornaamwoord
jâ
Duits
Bijwoord
ja
Antoniemen
Esperanto
Bijwoord
ja
Fins
Voegwoord
ja
Ido
Bijwoord
ja
Kroatisch
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nom. / voc. | jâ | mî |
| accusatief | mȅne, me | nâs, nas |
| genitief | mȅne, me | nâs, nas |
| datief | mȅni, mi | nȁma, nam |
| locatief | mȅni | nȁma |
| instrumentalis | mnôm, mnóme | nȁma |
Uitspraak
Woordafbreking
- ja
Persoonlijk voornaamwoord
jâ
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- ja
| Naar frequentie | 32 |
|---|
Bijwoord
ja
Pools
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nom. / voc. | ja | my |
| accusatief | mnie, mię | nas |
| genitief | mnie | nas |
| datief | mnie, mi | nam |
| locatief | mnie | nas |
| instrumentalis | mną | nami |
Uitspraak
Woordafbreking
- ja
Persoonlijk voornaamwoord
ja
Slowaaks
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| nominatief | ja | my |
| genitief | ma, mňa | nás |
| datief | mne, mi | nám |
| accusatief | ma, mňa | nás |
| locatief | mne | nás |
| instrumentalis | mnou | nami |
Uitspraak
Woordafbreking
- ja
Persoonlijk voornaamwoord
ja
Zweeds
Bijwoord
ja
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Tussenwerpsel in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woorden in het Afrikaans
- Bijwoord in het Afrikaans
- Woorden in het Bosnisch
- Persoonlijk voornaamwoord in het Bosnisch
- Woorden in het Duits
- Bijwoord in het Duits
- Woorden in het Esperanto
- Bijwoord in het Esperanto
- Woorden in het Fins
- Voegwoord in het Fins
- Woorden in het Ido
- Bijwoord in het Ido
- Woorden in het Kroatisch
- Persoonlijk voornaamwoord in het Kroatisch
- Woorden in het Noors
- Bijwoord in het Noors
- Woorden in het Pools
- Persoonlijk voornaamwoord in het Pools
- Woorden in het Slowaaks
- Persoonlijk voornaamwoord in het Slowaaks
- Woorden in het Zweeds
- Bijwoord in het Zweeds