toe
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- toe
Woordherkomst en -opbouw
- bijwoordelijke vorm van tot
| vnw. bijw. | ||
|---|---|---|
| voorzetselbijwoord | toe | |
| persoonlijk | ertoe | |
| aanwijz. | nabij | hiertoe |
| veraf | daartoe | |
| vragend/betrekk. | waartoe | |
Bijwoord
toe
- prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord.
- ertoe: hij behoort niet tot die groep ->hij behoort er niet toe.
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- bijv. toezeggen: ik zeg niets toe.
- tot ... toe met genitief van een werkwoord
- «... tot bloedens toe.»
- .. totdat men ging bloeden
- «... tot bloedens toe.»
- andere werkwoorden: berstens, rottens, huilens, brakens, bezwijkens, brekens, walgens, lachens, ziens, vindens, bloedens, vervelens, zwichtens, ontbindens, ontbrandens, ontploffens, wordens, stervens, verheugens, bedroevens, bedriegens, blauwwordens, verdrinkens, smorens, ziedens, overstromens, vergaans, vallens, stollens, verblindens, bezwijmens, verachtens, aanbiddens, verkolens, volgens, lijdens, juichens, dodens, luidens
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | toe |
| verbogen | (alleen predicaat) |
Bijvoeglijk naamwoord
toe
Tussenwerpsel
toe
- aansporing
- Toe maar!
Afrikaans
Voegwoord
toe
- toen
- «Sestig mense is gister uit die River Club ontruim toe die walle van die Liesbeekrivier in Observatory oorstroom het. »
- Zestig mensen zijn gisteren uit de River Club geëvacueerd, toen de kades van de Liesbeekrivier in Observatory overstroomden.
- «Sestig mense is gister uit die River Club ontruim toe die walle van die Liesbeekrivier in Observatory oorstroom het. »
Engels
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| toe | toes |
Zelfstandig naamwoord
toe
Limburgs
Uitspraak
- IPA: /tuː/ (Etsbergs)
Bijvoeglijk naamwoord
toe
Bijwoord
toe
- dicht
- «Dooch dien däör toe!»
- Doe dit deur dicht!
- «Dooch dien däör toe!»
Persoonlijk voornaamwoord
toe
- gemuteerde nominatief van doe.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Predicaatswoord in het Nederlands
- Tussenwerpsel in het Nederlands
- Woorden in het Afrikaans
- Voegwoord in het Afrikaans
- Woorden in het Engels
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Anatomie in het Engels
- Woorden in het Limburgs
- Bijvoeglijk naamwoord in het Limburgs
- Bijwoord in het Limburgs
- Persoonlijk voornaamwoord in het Limburgs