één

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Telwoord (nld)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak
Woordafbreking
  • één

Hoofdtelwoord

één

  1. de inhoud van de kleinste niet-lege verzameling, het kleinste getal van de verzameling \mathbb{N}_0; komt na nul en vóór twee.
Schrijfwijzen
  • Wordt als Eén geschreven aan het begin van een zin.
  • Arabisch cijfer: 1
  • Chinees cijferteken: ,
  • Grieks cijferteken: A'
  • Romeins cijfer: I.
Synoniemen
Verbuiging
  • Verbogen vorm: ene.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord één enen
verkleinwoord eentje eentjes

één v

  1. het getal 1.
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen één
verbogen ene

Bijvoeglijk naamwoord

één

  1. in vergelijking tussen twee zaken.
    Het één is goed, het ander ook niet slecht.
    De ene beschrijving is beter dan de andere.
Antoniemen
  1. ander

Meer informatie

Persoonlijke instellingen