naar

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Voorzetsel

naar ;

  1. hij keek naar het beeldscherm

Bijwoord

  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     naar  
  neutraal     ernaar  
  nabij     hiernaar  
  veraf     daarnaar  
  vragend     waarnaar  

naar

  1. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    hij keek er met grote belangstelling naar.
  2. op onaangename wijze
    doe niet zo naar!

Vertalingen

Lettergrepen
  • naar

Bijvoeglijk naamwoord

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen naar naarder naarst
verbogen nare naardere naarste

naar

  1. onaangenaam, misselijk (makend)
    dit was de naarste ervaring die ik in lange tijd gehad heb

Vertalingen
Aspecten/acties
Persoonlijke instellingen