betrappen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • be·trap·pen

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
betrappen
betrapte
betrapt
zwak -t volledig

betrappen

  1. (overgankelijk) iemand ~: getuige worden van het feit dat iemand iets (verbodens) doet
    De dief werd door de politie op heterdaad betrapt.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen