ti

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Deens

Telwoord (dan)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 106
3 13 30 109
4 14 40 1012
5 15 50 1015
6 16 60 1018
7 17 70 1021
8 18 80 1024
9 19 90 1027

Hoofdtelwoord

ti

  1. tien



Hongaars

persoon enkelvoud meervoud
eerste én mi
tweede te ti
tweede
formeel
ön önök
derde ő ők

Persoonlijk voornaamwoord

ti

  1. jullie



Noors

Telwoord (nor)
0
1
1
11 10 100 103
2 12 20
20
200 106
3 13 30
30
300 109
4 14 40
40
400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7
7
17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak
Woordafbreking
  • ti

Hoofdtelwoord

ti

  1. tien
Verwante begrippen



Nynorsk

Telwoord (nno)
0
1
1
1
11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Uitspraak
Woordafbreking
  • ti

Hoofdtelwoord

ti

  1. tien
Verwante begrippen



Retoromaans

Persoonlijk voornaamwoord

ti

  1. twee persoon enkelvoud: jij/je
    «Ti ed jau.»
    Jij en ik.


Slowaaks

enkelvoud meervoud
nom. ty vy
genitief teba, ťa vás
datief tebe, ti vám
accusatief teba, ťa vás
locatief tebe vás
instrumentalis tebou vami
Uitspraak
Woordafbreking
  • ti

Persoonlijk voornaamwoord

ti

  1. aan/voor jou (datief van de tweede persoon enkelvoud)


Waals

Persoonlijk voornaamwoord

ti

  1. jij


Welsh

enkelvoud meervoud
ti tiau/tïau

Zelfstandig naamwoord

ti m

  1. thee

Persoonlijk voornaamwoord

ti

  1. jij