tas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tas
enkelvoud meervoud
naamwoord tas tassen
verkleinwoord tasje tasjes

Zelfstandig naamwoord

tas v/m

  1. een zak die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben
  2. (België) een kopje
  3. (techniek)(gereedschap)een kubusvormig, stalen blok dat op een aambeeld wordt geplaatst, of in een bankschroef wordt geklemd, om als een klein aambeeld te dienen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen


Friulisch

Zelfstandig naamwoord

tas

  1. (dierkunde) das
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen