pakken

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
pakken
/'pɑkə(n)/
pakte
/'pɑktə/
gepakt
/ɣə'pɑkt/
zwak -t volledig

Werkwoord

pakken

  1. in de handen nemen.
    Hij pakte zijn gitaar en speelde een deuntje.
  2. gevangen nemen.
    De dief werd al snel gepakt.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

pakken

  1. meervoud van pak.
Persoonlijke instellingen
Andere talen