vangen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- van·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vangen /'vɑŋ.ə(n)/ |
ving /vɪŋ/ |
gevangen /ɣə.'vɑŋ.ə(n)/ |
| klasse 7 | volledig | |
Werkwoord
vangen
- (overgankelijk) het te pakken krijgen van wild dieren of mensen
- Zij besloten een paar olifanten te vangen om deze over te brengen naar een ander reservaat.
- (overgankelijk) in de lucht onderscheppen (bijv. van een bal)
- In honkbal is het kunnen vangen van de bal een belangrijke vaardigheid.
- (informeel) verdienen van geld
- Wat vangt het?
Afgeleide begrippen
Spreekwoorden
|
|
Vertalingen
1. te pakken krijgen
2. onderscheppen