goed
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- goed
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | goed | beter | best |
| verbogen | goede | betere | beste |
| partitief | goeds | beters | - |
Bijvoeglijk naamwoord
goed
- niet slecht.
Antoniemen
Vertalingen
1. niet slecht
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | goed | goederen |
| verkleinwoord | goedje | goedjes |
goed o
- een goede of waardevolle zaak of bezit.
- Gezondheid is een groot goed.
Vertalingen
1.
Bijwoord
goed
- op goede wijze.
- goed gedaan!
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- goedvinden: hij vond het goed.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
1.