goed
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- goed
Woordherkomst en -opbouw
|
|
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | goed | beter | best |
| verbogen | goede | betere | beste |
| partitief | goeds | beters | - |
Bijvoeglijk naamwoord
goed
- kwaliteit bezittend
- Wat een goed stuk om te lezen!
Antoniemen
Vertalingen
1. kwaliteit bezittend
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | goed | goederen |
| verkleinwoord | goedje | goedjes |
Zelfstandig naamwoord
goed o
- iets concreets of abstracts dat men in bezit kan hebben
- Gezondheid is een groot goed.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. iets concreets of abstracts dat men in bezit kan hebben
Bijwoord
goed
- op goede wijze
- Goed gedaan!
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- goedvinden: hij vond het goed.
- in hoge mate
- Het is goed mis in Nederland.
Synoniemen
- [1]correct, bewonderenswaardig, uitstekend, uitmuntend
- [3] behoorlijk, erg, nogal
Antoniemen
- [1]slecht, onvoldoende, matig
Uitdrukkingen en gezegden
- Net zo goed.