erg
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- erg
Bijvoeglijk naamwoord
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | erg | erger | ergst |
| verbogen | erge | ergere | ergste |
| partitief | ergs | ergers | - |
erg
- verschrikkelijk, deerniswekkend, hevig
- Katrina was de ergste ramp die New Orleans tot dusver overkomen is.
- Wat is het toch erg dat ze kanker heeft.
Vertalingen
Bijwoord
erg
- in hoge mate, zeer
- Dit is een erg moeilijke zaak.
Vertalingen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | erg | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
erg o
- het bewust zijn van iets
- Ik heb daar geen erg in gehad.