goedkeuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goed·keu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
goedkeuren
keurde goed
goedgekeurd
zwak -d volledig

Werkwoord

(scheidbaar)
goedkeuren

  1. toestemming verlenen
    Vader keurde het goed dat ik met die jongen naar de film ging.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen