goedkeuren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: goedkeuren (hulp, bestand)
Woordafbreking
- goed·keu·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| goedkeuren |
keurde goed |
goedgekeurd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
(scheidbaar)
goedkeuren
- toestemming verlenen
- Vader keurde het goed dat ik met die jongen naar de film ging.