bom
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bom
Woordherkomst en -opbouw
- [A] Afkomstig van het Latijnse woord bombus (gedreun).
- [B] Samentrekking van bewust ongehuwde moeder.
- [C] Afgeleid van bodemschuit.
- [D] Herkomst onduidelijk.
| [A], [B], [C] + [D] |
enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | bom | bommen |
| verkleinwoord | bommetje | bommetjes |
Zelfstandig naamwoord
- een vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven
- Er is recentelijk weer een bom op een Pakistaanse stad gegooid.
- (figuurlijk) primeur, sensatie
- De bom barstte.
Hyponiemen
- [1]: atoombom
- [1]: neutronenbom
- [1]: waterstofbom
Hyperoniemen
- [1]: projectiel
Afgeleide begrippen
- [2]: zure bom
Uitdrukkingen en gezegden
- [2]: het nieuws sloeg in als een bom
iedereen was er verbijsterd over
- [2]: na een dag barstte de bom
toen konden ze zich niet langer inhouden
Overerving en ontlening
Vertalingen
1. een vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Zelfstandig naamwoord
[B] bom v
- bewust ongehuwde moeder
Synoniemen
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Zelfstandig naamwoord
[C] bom v
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
Zelfstandig naamwoord
[D] bom v
- stop van een vat
Synoniemen
Vertalingen
Indonesisch
Woordafbreking
- bom
Woordherkomst en -opbouw
- uit het Nederlands "bom"
Zelfstandig naamwoord
bom
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- bom
| Naar frequentie | 6863 |
|---|
Zelfstandig naamwoord
bom m
Verbuiging
| m | enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bom | bommen | bommer | bommene |
| genitief | boms | bommens | bommers | bommenes |
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- bom
| enkelvoud | meervoud | |||
|---|---|---|---|---|
| onbepaald | bepaald | onbepaald | bepaald | |
| nominatief | bom | bommen | bommar | bommane |
Zelfstandig naamwoord
bom m
Portugees
Uitspraak
- IPA: /bõ/
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | bom | bons |
| vrouwelijk | boa | boas |
Bijvoeglijk naamwoord
bom
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Initiaalwoord in het Nederlands
- Niet in woordenlijst
- Scheepvaart in het Nederlands
- Dubbele betekenis in het Nederlands
- Woorden in het Indonesisch
- Zelfstandig naamwoord in het Indonesisch
- Militair in het Indonesisch
- Woorden in het Noors
- Zelfstandig naamwoord in het Noors
- Woorden in het Nynorsk
- Zelfstandig naamwoord in het Nynorsk
- Woorden in het Portugees
- Bijvoeglijk naamwoord in het Portugees