kwaad
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kwaad
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | kwaad | kwader | kwaadst |
| verbogen | kwade | kwadere | kwaadste |
| partitief | kwaads | kwaders | - |
Bijvoeglijk naamwoord
kwaad
- onaangenaam, ongunstig
- Ik wil geen kwaad woord over hem horen.
- Alles ging goed, totdat het op een kwade dag fout ging.
- tegen de moraal
- Hij had kwade bedoelingen.
- woedend, boos
- Hij werd kwader en kwader totdat hij ten slotte ontplofte.
- Hij is kwaad op hem.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kwaad | kwaden |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
kwaad o
- kwade, boze
- iets dat tegen de moraal is
- nadeel
- Even nadenken over de mogelijke effecten had wellicht ook geen kwaad gekund.
- ongeluk, pech
Vertalingen
Uitdrukkingen en gezegden
Dat kan geen kwaad.
Vertalingen
dat kan geen kwaad
|