kwaad

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwaad
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kwaad kwader kwaadst
verbogen kwade kwadere kwaadste
partitief kwaads kwaders -

Bijvoeglijk naamwoord

kwaad

  1. onaangenaam, ongunstig
    Ik wil geen kwaad woord over hem horen.
    Alles ging goed, totdat het op een kwade dag fout ging.
  2. tegen de moraal
    Hij had kwade bedoelingen.
  3. woedend, boos
    Hij werd kwader en kwader totdat hij ten slotte ontplofte.
    Hij is kwaad op hem.
enkelvoud meervoud
naamwoord kwaad kwaden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kwaad o

  1. kwade, boze
  2. iets dat tegen de moraal is
  3. nadeel
    Even nadenken over de mogelijke effecten had wellicht ook geen kwaad gekund.
  4. ongeluk, pech
Vertalingen
Uitdrukkingen en gezegden

Dat kan geen kwaad.

Vertalingen