vergoeden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·goe·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergoeden
vergoedde
vergoed
zwak -d volledig

Werkwoord

vergoeden

  1. (ditransitief) iemand iets ~: aan iemand compensatie verlenen voor gemaakte kosten of geleden schade
    Hij kreeg die schade niet vergoed door de verzekering, omdat hij er zelf debet aan was.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen