vergoeden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·goe·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vergoeden |
vergoedde |
vergoed |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vergoeden
- (ditransitief) iemand iets ~: aan iemand compensatie verlenen voor gemaakte kosten of geleden schade
- Hij kreeg die schade niet vergoed door de verzekering, omdat hij er zelf debet aan was.