voorgoed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·goed

Bijwoord

voorgoed

  1. op permanente basis, niet meer aan verandering onderhevig
    In 1453 kwam er voorgoed een einde aan het Byzantijnse Rijk.
Vertalingen