ruim

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruim
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ruim ruimer ruimst
verbogen ruime ruimere ruimste

Bijvoeglijk naamwoord

ruim

  1. van grote omvang of uitgestrektheid
    Je hebt een ruimere broek nodig.
Vertalingen

Bijwoord

ruim

  1. meer dan ongeveer
    Dat is ruim een pond kaas.
Uitdrukkingen en gezegden
  • ruim veertig
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
ruimen

ruim

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruimen
    Ik ruim.
  2. gebiedende wijs van ruimen
    Ruim!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ruimen
    Ruim je?
enkelvoud meervoud
naamwoord ruim ruimen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ruim o

  1. (scheepvaart) de laadruimte van een schip
    Er ontstond brand in het ruim.
Synoniemen
Vertalingen