akkoord

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ak·koord
enkelvoud meervoud
naamwoord akkoord akkoorden
verkleinwoord akkoordje akkoordjes

Zelfstandig naamwoord

akkoord o

  1. overeenkomst.
    Na lang onderhandelen was er eindelijk een akkoord bereikt.
  2. (muziek) samenklank van minimaal 3 verschillende tonen.
    De muzikant sloeg een akkoord aan op de piano.
Vaste voorzetsels
  • akkoord gaan met
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen