akkoord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een korte en een uitgewerkte notatie van een 'gebroken C-majeurakkoord'

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ak·koord
enkelvoud meervoud
naamwoord akkoord akkoorden
verkleinwoord akkoordje akkoordjes

Zelfstandig naamwoord

akkoord o

  1. overeenkomst.
    Na lang onderhandelen was er eindelijk een akkoord bereikt.
  2. (muziek) samenklank van minimaal 3 verschillende tonen
    De muzikant sloeg een akkoord aan op de piano.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vaste voorzetsels
  • [1] akkoord gaan met
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: niet akkoord gaan met iets
  • [2]: een gebroken akkoord
een akkoord waarvan de tonen kort na elkaar beginnen of eindigen
Vertalingen