bruikbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bruik·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bruikbaar bruikbaarder bruikbaarst
verbogen bruikbare bruikbaardere bruikbaarste
partitief bruikbaars bruikbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

bruikbaar

  1. nuttig, eenvoudig in het gebruik
Vertalingen