ondergoed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·goed
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van onder en het zelfstandig naamwoord goed.
enkelvoud meervoud
naamwoord ondergoed -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ondergoed o

  1. kleding die direct op het lichaam gedragen wordt, doorgaans nog onder andere kleding
    Hij stond zich in zijn ondergoed af te vragen welk pak hij vandaag aan moest trekken.
  2. (landbouw) de bladeren van de tabaksplant vlak boven de grond of net daarboven, die een tabak van mindere kwaliteit opleveren
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Vertalingen