top

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • top
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bovenstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1130 [1] [2]
  • [4] van Engels top
enkelvoud meervoud
naamwoord top toppen
verkleinwoord topje topjes

Zelfstandig naamwoord

top m

  1. hoogste punt, (bovenste) uiteinde
  2. grootst mogelijke, hoogst bereikbare (topsnelheid, topsport)
  3. (bedrijfskunde) de leiding van een bedrijf, de directeur en of de topmanagers
  4. (natuurkunde) naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd
Synoniemen
Antoniemen
Anagrammen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
4. naam van een van de zes quarks waaruit elementaire deeltjes zijn opgebouwd'
Uitdrukkingen en gezegden
  • Het zeil in top halen ( of voeren)
  • Op 'n top
  • tot in de toppen van zijn (haar) vingers
door en door, helemaal, geheel en al
Vertalingen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als tussenwerpsel.

Tussenwerpsel

top

  1. ik stem toe!
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
toppen

top

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toppen
    • Ik top. 
  2. gebiedende wijs van toppen
    • Top! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toppen
    • Top je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

top

  1. bovenste


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

top m

  1. (spreektaal) top, topniveau
    «Cette boîte, c'est le top des tops pour rencontrer des gonzesses.»
    Die danstent is absoluut top om vrouwen te ontmoeten. [1]
  2. (spreektaal) knap iemand, stuk
    «Linda est vraiment top
    Linda is echt een stuk. [1]

Verwijzingen