top

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • top
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord top toppen
verkleinwoord topje topjes

Zelfstandig naamwoord

top m

  1. hoogste punt, (bovenste) uiteinde
  2. grootst mogelijke, hoogst bereikbare (topsnelheid, topsport)
    het enige wat top was aan de topmanager was zijn topsalaris
  3. (bedrijfskunde) de leiding van een bedrijf, de directeur en of de topmanagers
  4. (natuurkunde) naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd
Synoniemen
Antoniemen
Anagrammen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
4. naam van een van de zes quarks waaruit elementaire deeltjes zijn opgebouwd'
Vertalingen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als tussenwerpsel.

Tussenwerpsel

top

  1. ik stem toe!
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
toppen

top

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toppen
    Ik top.
  2. gebiedende wijs van toppen
    Top!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van toppen
    Top je?
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

top

  1. bovenste