toppunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • top·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toppunt toppunten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

toppunt o

  1. hoogste punt
  2. (figuurlijk) beste, meest ontwikkelde zaak
     De Nationale 7 is verbonden met de opkomst van de auto in de jaren twintig en dertig. Destijds hadden auto's kleine brandstoftanks en gingen ze vaak kapot. Daarom barst het langs de route van de pompstations en garages, veelal opgetrokken in een betonnen art-decostijl, destijds het toppunt van moderniteit. Vele zijn vervallen, sommige zijn gerestaureerd, zoals een klassiek pompstation in Valence. Het mooiste voorbeeld van deze stijl ligt strikt genomen niet aan de Nationale 7: de Citroëngarage in Lyon.[2]
  3. (wiskunde) hoogste punt van een functie (extreem)
Synoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Dat is het toppunt!
(om aan te geven dat men boos of verbaasd is
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen