vale

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·le

Bijvoeglijk naamwoord

vale

  1. verbogen vorm van de stellende trap van vaal

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
vale vales

Zelfstandig naamwoord

vale

  1. vallei, dal


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • va·le
enkelvoud meervoud
vale vales

Zelfstandig naamwoord

vale m

  1. bon, waardebon, coupon
  2. (Latijns-Amerika) makker, vriend
Synoniemen

Tussenwerpsel

vale

  1. oké, goed, ja, prima
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
valer

vale

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van valer
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van valer
vervoeging van
valerse

vale

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van valerse


Turks

Zelfstandig naamwoord

vale

  1. boer (kaartspel)