wereldtop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • we·reld·top
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wereldtop wereldtoppen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wereldtop m

  1. alle uitblinkers op een bepaald gebied van over de hele aarde
  2. conferentie waar de voornaamste leiders van over de hele aarde aan meedoen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen