spannen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • span·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘strak trekken, vastmaken aan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1091 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spannen
spande
gespannen
zwak -d

gemengd

volledig

Werkwoord

spannen

  1. overgankelijk onder trekkracht brengen [2]
    • Hij spande een paar waslijnen tussen zijn tentstokken. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

spannen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord span
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord spanne

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen


Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • span·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Middelhoogduitse spannen

Werkwoord

spannen

  1. spannen
Afgeleide begrippen
Paroniemen


Fries

Zelfstandig naamwoord

spannen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord span


Luxemburgs

Uitspraak
  • IPA: /ʃpɑnən/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudhoogduitse spinnan

Werkwoord

spannen

  1. spinnen; een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten
  2. spinnen; (van katten) een snorrend geluid maken, snorren
Verwante begrippen


Middelengels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Middelengelse spannan

Werkwoord

spannen

  1. wikkelen, omwinden
  2. pakken, grijpen
Overerving en ontlening


Middelnederduits

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudsaksische spannan

Werkwoord

spannen

  1. spannen
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening


Middelnederlands

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden tijd voltooid
deelwoord
enkelvoud meervoud
spannen spien spienen ghespannen
klasse 7 volledig  
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnederlandse *spannan

Werkwoord

spannen

  1. spannen
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening

Verwijzingen


Nedersaksisch

Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

spannen

  1. spannen


Westfaals

Werkwoord

spannen

  1. (Zuidwestfaals) spannen