spandoek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • span·doek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spandoek spandoeken
verkleinwoord spandoekje spandoekjes

Zelfstandig naamwoord

spandoek m of o

  1. een uitgespannen doek met een leus erop
    • Het spandoek is een ideaal middel om uw mening uit te dragen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie