ontspannen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·span·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontspannen
ontspande
ontspannen
gemengd volledig

Werkwoord

ontspannen

  1. overgankelijk in een minder gespannen staat brengen
    • Hij genoot van het prachtige concert en dat ontspande hem behoorlijk. 
  2. wederkerend trachten de spanningen van de dag weg te laten vloeien
    • Probeer je wat te ontspannen, ga eens naar een concert! 
vervoeging van
ontspannen

ontspannen

  1. voltooid deelwoord van ontspannen
    • Ze raakte helemaal ontspannen door de stilte in huis. 
Afgeleide begrippen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ontspannen ontspannener ontspannenst
verbogen - - -

Bijvoeglijk naamwoord

ontspannen

  1. in een minder gespannen staat
    • Ik heb geen problemen met mijn ontspannen arm. 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
ontspannen

ontspannen

  1. voltooid deelwoord van ontspannen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.