spinnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spin·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘een draad vormen’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1]
  • [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spinnen
spon
gesponnen
klasse 3 volledig 1

Werkwoord

spinnen

  1. overgankelijk een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten
  2. een draad voortbrengen
  3. ineendraaien
Vertalingen


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spinnen
spinde
gespind
zwak -d volledig

Werkwoord

spinnen

  1. inergatief (van katten) een snorrend geluid maken, snorren
    • De kat lag te spinnen. 
  2. (van oplossingen of vloeistoffen) draderig worden
  3. (van voertuigen, ballen enz.) een om zijn as draaiende, rondtollende beweging maken
  4. (natuurkunde) ronddraaien van quantumdeeltjes
    • Een spinnend elektron. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

spinnen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord spin
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen