spanning

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • span·ning
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van spannen met het achtervoegsel -ing

enkelvoud meervoud
naamwoord spanning spanningen
verkleinwoord spanninkje spanninkjes

Zelfstandig naamwoord

spanning v

  1. (werktuigbouwkunde) opgeslagen mechanische energie
    • Er staat grote spanning op deze boog. 
  2. een toestand van grote aandacht, meestal bij onzekerheid over de afloop van een gebeurtenis
    • Tegen het eind van de wedstrijd was de spanning onder het publiek te snijden. 
  3. (elektrotechniek) potentiële energie van elektrische aard, elektrische spanning
    • Een over een thermokoppel aangelegd temperatuurverschil genereert een meetbaar spanninkje. 
  4. (natuurkunde) druk die een gas, afhankelijk van de temperatuur, uitoefent (-> druk)
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.