spanning

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • span·ning
Woordherkomst en -opbouw

Naamwoord van handeling van spannen met het achtervoegsel -ing

enkelvoud meervoud
naamwoord spanning spanningen
verkleinwoord spanninkje spanninkjes

Zelfstandig naamwoord

spanning v

  1. (werktuigbouwkunde) opgeslagen mechanische energie
    • Er staat grote spanning op deze boog. 
  2. een toestand met veel irritaties tussen mensen
     The Rat Pack was de laatste weken namelijk erg gegroeid en er staken de nodige spanningen de kop op.[1]
  3. een toestand van grote aandacht, meestal bij onzekerheid over de afloop van een gebeurtenis
    • Tegen het eind van de wedstrijd was de spanning onder het publiek te snijden. 
  4. (elektrotechniek) potentiële energie van elektrische aard, elektrische spanning
    • Een over een thermokoppel aangelegd temperatuurverschil genereert een meetbaar spanninkje. 
  5. (natuurkunde) druk die een gas, afhankelijk van de temperatuur, uitoefent (-> druk)
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

spanning

  1. spanning; een toestand van grote aandacht, meestal bij onzekerheid over de afloop van een gebeurtenis


Veluws

Zelfstandig naamwoord

spanning

  1. spanning; een toestand van grote aandacht, meestal bij onzekerheid over de afloop van een gebeurtenis