overspannen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·span·nen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overspannen overspannener overspannenst
verbogen overspannenste
partitief overspannens overspanneners -

Bijvoeglijk naamwoord

overspannen

  1. ziek door een te zware belasting op geestelijk vlak
    • Na dat zware jaar bleek hij toch overspannen te zijn geraakt. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overspannen
overspande
overspannen
gemengd volledig

Werkwoord

overspannen overgankelijk

  1. te sterk gespannen
    • Doordat het touw werd overspannen knapte het. 
  2. ergens overheen spannen
    • Het is ze gelukt het hele stadion te overspannen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
overspannen

overspannen

  1. voltooid deelwoord van overspannen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie