spanen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spa·nen
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

spanen

  1. uit spanen vervaardigd

Zelfstandig naamwoord

spanen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord spaan

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.