rechterhand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rech·ter·hand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechterhand rechterhanden
verkleinwoord rechterhandje rechterhandjes

Zelfstandig naamwoord

rechterhand v/m

  1. (anatomie) de hand aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
    • De meeste mensen schrijven met hun rechterhand. 
  2. een assistent van een persoon.
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie