richter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rich·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord richter richters
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

richter m [2] [3] [4]

  1. iets of iemand die richt
  2. (verouderd) (geschiedenis) (juridisch) een functionaris die de uitvoering van de vonnissen onder zijn beheer had, maar niet het vonnis velde.
Hyponiemen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen