rechts

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rechts
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rechts rechtser rechtst
verbogen rechtse rechtsere rechtste
partitief rechts rechtsers -

Bijvoeglijk naamwoord

rechts

  1. tegenovergestelde van links
    In Nederland moet je rechts rijden.
  2. (politiek) betrekking hebbend op een politieke richting of denkwijze aan de rechterzijde van het politieke spectrum
    Het land is vergeleken met een aantal jaar geleden een stuk rechtser geworden.
  3. rechtshandig
    de meeste handelingen deed hij rechts
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

rechts

  1. partitief van de stellende trap van recht

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl