rechterkant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rech·ter·kant
enkelvoud meervoud
naamwoord rechterkant rechterkanten
verkleinwoord rechterkantje rechterkantjes

Zelfstandig naamwoord

rechterkant m

  1. de overzijde van waar gewoonlijk het hart zit
    Aan de rechterkant van de straat mag hier niet geparkeerd worden.
Antoniemen