verduisteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·duis·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verduisteren
verduisterde
verduisterd
zwak -d volledig

Werkwoord

verduisteren

  1. donkerder maken, van licht beroven
    • De maan verduisterde de zon. 
  2. een misdrijf waarbij geld ontvreemd wordt
    • Hij werd gepakt voor het verduisteren van anderhalf miljoen. 
  3. Tweede Wereldoorlog: het verplicht afplakken van alle ramen om de nachtelijke geallieerde bombardementen te bemoeilijken
    • Door de verduistering kon je zelfs 's nachts in je eigen straat nog verdwalen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie