rechterbeen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rech·ter·been
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechterbeen rechterbenen
verkleinwoord rechterbeentje rechterbeentjes

Zelfstandig naamwoord

rechterbeen o

  1. (anatomie) het been aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.