scheidsrechter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[2] Een scheidsrechter trekt de gele kaart.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scheids·rech·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheidsrechter scheidsrechters
verkleinwoord scheidsrechtertje scheidsrechtertjes

Zelfstandig naamwoord

scheidsrechter m

  1. lid van een scheidsgerecht
  2. (sport) iemand die bij wedstrijden het toezicht houdt op de naleving van de spelregels
    Dit doelpunt werd door de scheidsrechter afgekeurd.
    De scheidsrechter staakte de wedstrijd toen hij weer werd uitgemaakt voor hondenlul.
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl