officier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • of·fi·cier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord officier officieren
officiers
verkleinwoord officiertje officiertjes

Zelfstandig naamwoord

officier m

  1. (militair) (beroep) iemand die een rang (in het leger) bekleedt die hem of haar het bevel over een zeker aantal ondergeschikten geeft
  2. (juridisch) ambtenaar in een bepaalde functie (-> officier van justitie)
  3. (scheepvaart) stuurman of machinist
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl