versiersel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

[2] versiersel horend bij de Orde van de Gestreepte Tijger
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·sier·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord versiersel
verkleinwoord versierseltje versierseltjes

Zelfstandig naamwoord

versiersel o [1]

  1. iets wat is aangebracht ter verfraaiing, maar verder geen nuttig doel heeft
    • Zorgelijker wordt het als we verder lezen. De Greef blijkt vooral te zijn gestopt omdat ze het vreselijk vond als ze een fout had gemaakt. 'Dit is niet handig met dit beroep. Je moet daar luchtiger mee omgaan.'Wie het als columnist jarenlang wil volhouden, moet het vooral niet erg vinden om fouten te maken. Die feiten zijn blijkbaar slechts frivole versierselen en de mening het nieuwe feit.[2] 
  2. een uiterlijk teken horend bij een (koninklijke) onderscheiding
    • Brandweervrijwilliger en kazernecommandant Henk Manenschijn (59) uit Rijssen is dinsdagmiddag koninklijk onderscheiden op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Rijssen-Holten. Hij is door de Koning benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. Burgemeester Arco Hofland reikte hem de versierselen uit.[3] 
    • Boomkamp is degene die Saxion in de laatste tien jaar gebracht heeft tot nu: totaal 26.800 studenten. Het hoogste aantal ooit.De versierselen werden hem in Enschede opgespeld door burgemeester Theo Schouten van Oldenzaal, waar Boomkamp woont.[4] 
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Volkskrant Pieter Klok 20 september 2017
  3. Tubantia Jelle Boesveld 03-JANUARI-2018
  4. Tubantia Martin Ruesink en Angelique Rondhuis 15-DECEMBER-2017